Wannabees

SquashLife columnist Paul TurkenVoor veel Engelse woorden hebben we geen goede vertaling. Het eenvoudige woord 'Wannabees' wordt meestal vertaald met de Nederlandse zin 'wil wel, maar kan niet'. Een veel betere vertaling zou zijn: 'ik vind mezelf heel wat, maar stel eigenlijk niks voor'. Opvallend genoeg, en zeker niet door toeval, snappen de Engelsen dit soort mensen het best. In de prachtige TV-serie 'Keeping up appearances' (Hoe hou ik de schijn hoog?) zie je het dagelijks leven van Wannabees. Ik heb eigenlijk gedacht dat zulke mensen in de sport niet voor zouden moeten komen, maar de afgelopen weken heb ik weer wat bijgeleerd.

Zeelenberg Speedweek

In november gaan we altijd met een groepje motorracefanaten een weekje trainen op het circuit van Almeria. Tot nog toe mocht ik steeds meedoen bij de snellere jongens. Je rijdt met een groepje van een man of zes (onder leiding van een professional) vlak bij elkaar en na een sessie van 20 minuten wordt er uitgebreid gepraat. Hoe is je bocht, waar stuur je in, waar loop ik op je in, waar loop je bij me weg? En heel collegiaal verbeter je zo samen je prestatie. Door een gezondheidsakkefietje startte ik dit jaar in een wat tragere groep. Dat was een openbaring. De zes van dat groepje probeerden elkaar steeds te slim af te zijn, in te halen waar het niet kon en anderen op te houden waar het niet nodig was. Ze reden op de mooiste spullen, in de mooiste pakken, met de meeste kapsones, maar niet erg snel. En achteraf geen enkele poging om de ander te helpen of te informeren. Echte Wannabees.

Concurrentie versus solidariteit

Het is opvallend te ontdekken dat daar waar echt gepresteerd wordt, en er dus reden is om concurrentie te verwachten, er eerder sprake is van solidariteit. Daar waar de concurrentie, door het beperkte niveau, eigenlijk veel minder waarde heeft, ontbreekt elke solidariteit. Daar waar men het verste van de top af was, gedroeg men zich als een arrogante wereldkampioen. Daar waar kampioenschappen binnen het bereik liggen, versterk je de concurrentie door de ander te helpen. Bij squash zijn er steden en centra waar toppers elkaar op zoeken om samen beter te worden. Je kunt niet beter worden als squasher als je geen goede trainingsmaatjes hebt om je mee te verbeteren. Gelukkig hebben we in Nederland verschillende plaatsen en centra waar dit soort concentraties van topspelers te vinden zijn. Maar we blijven natuurlijk jaloers kijken naar Londen en Caïro. Dus aan de bovenkant herkennen we de 'solidaire topper'. Maar we hebben aan de andere kant ook bij squash wel degelijk Wannabees.

De Masters 2010

Als je ergens geen Wannabees verwacht, is het bij een Masters toernooi. Bij mensen boven de vijfendertig mag je toch een eerste aanzet van zelfkennis verwachten. Als je in beroep, familie, samenleving of sport nog wat wilt worden, moeten op die leeftijd zelfbeeld en werkelijkheid bij elkaar in de buurt gaan komen. En gelukkig bij vrijwel alle Masters partijen zag je die ruim 100 volwassen mannen en vrouwen op een sympathieke manier woekeren met hun talent en hun fysieke mogelijkheden. In zo'n veld van volwassenen valt dan de eenzame Wannabee mooi op. We kennen hem wel. De matige speler die in de eerste ronde tegen de toekomstige kampioen speelt. De champ geeft de ballen netjes aan, houdt het tempo bewust laag, veel lobs zodat de ander de tijd heeft om van looprichting te veranderen, geen dropshots, etc. Kortom alles erop gericht om er toch nog een echt partijtje van te maken. De Wannabee heeft niets in de gaten. Steunend, kreunend en wildzwaaiend denkt hij voor het eerst van zijn leven een kans te maken tegen een echt sterke speler. Scheldend op de scheidsrechter, let vragend bij elke onhaalbare bal en hevig verongelijkt wordt in drie sets verloren. Naargeestig en mokkend krijgt niemand na de partij een hand. En aan zijn familie wordt nog eens uitgebreid uitgelegd hoe hij genaaid is. Het prototype Wannabee.

Waarom de schijnwerper op de Wannabee

Collega columnist Roel zei laatst tegen me: "maak je verhaaltjes vooral leuk en niet te serieus, dat lezen de mensen liever". Dan moet je eigenlijk alleen de squashers op de voorgrond plaatsen die bij de Masters iets bijzonders lieten zien. Zoals Jan D. die prachtig laat zien dat de gemiddelde squashmaster nog ruim twintig jaar langer door kan spelen dan hij nu denkt. Of Bea en Lucas die tweede worden op het WK Masters, maar zich met evenveel plezier en energie inzetten voor dit nationale toernooi. Waarom dan toch die enkele nare Wannabee in de schijnwerper? Daar is maar één reden voor. Na de wedstrijd probeerde ik nog even met hem te praten. Maar dat werd resoluut afgewezen. Een centrumgenoot van hem sprak me daarover aan. Het heeft geen zin met hem te praten. Die man kan niet luisteren. Hij is net een radio zonder ontvanger, maar met te veel luidsprekers. Daar komt ook nooit wat zinnigs uit. Wannabees hebben geen oren. Daarom deze column. Als je er een ziet, scheur dan deze SquashLife kapot en geef hem dit stukje. Misschien kunnen ze lezen?

Paul Turken

Profielfoto van Paul

Over Paul Turken

Paul heeft nog geen bio ingevuld.

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst. Plaats nu als eerste je reactie.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie achter te kunnen laten.

Nog geen account?

Word nu abonnee van SquashLife MagazineSquashLife Magazine